Shaykh Ṣāliḥ b. Fawzān al-Fawzān werd het volgende gevraagd:

Wat is het oordeel over slaan en wurgen in het geven van de (islamitisch) vastgestelde ruqia om zodoende de jinn te schaden en te verwijderen?

Antwoord:

Degene die dit doet is geen persoon die ruqia verricht. Hij is echter iemand die schaadt.

Ruqia kent geen slaan, noch het wurgen. Echter men leest de Qorʾān of men spuugt[1] (lichtjes) op de zieke of op de plek dat aangetast is. Dit is hetgeen wat overgeleverd (voltooid deelwoord) is omtrent de ruqia.

Wat betreft het slaan en wurgen dit is niet overgeleverd.

Sommige (geleerden) zeggen: wanneer er sprake is van mass (aanraking) van de jinn en men dit zeker weet, dat het slaan niet de zieke treft maar de jinn. Zoals dit vermeld is door Shaykh al-Islām b. Taymiyya en anderen. Maar dit weten alleen degene die hierin gespecialiseerd zijn.

Echter dat eenieder begint te slaan en te wurgen, dit is niet toegestaan. Deze deur dient niet geopend te worden.

Bron: Beluister de audio hieronder.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl

[1]Voetnoot vertaler: nafath, lichtjes spugen.

Screenshot Arabische Bron: