Shaykh Ḥammād al-Anṣārī (رحمه الله) zei:

Wat betreft het leven van de geleerde Ḥāmid al-Faqī:

Nadat ik met hem samenkwam in het jaar 1367H ging ik naar hem toe. Op dat moment onderwees hij uit de tafsīr van Ibn Kathīr in Masjid al-Ḥarām bij bāb (ingang) ʿAlī.

Nadat ik hem hoorde spreken zei ik tegen mijzelf: ‟Dit wordt mijn doel”.

Hij richtte zich op de verzen van tawḥīd (monotheïsme) om hier verolgens licht op te werpen. En ik hoorde hem van veraf en besloot om bij hem te gaan zitten. En dit was de eerste kenniskring waar ik bij ging zitten in Masjid al-Ḥarām. Ik was toen nog een jong persoon niet ouder dan 23 jaar. Ik begon te luisteren naar zijn les die op dat moment over de verzen van tawḥīd gingen…

Terwijl we bij een Syrische man thuis zaten waar we uitgenodigd waren zei ik tegen shaykh Ḥāmid al-Faqī (رحمه الله): ‟O shaykh ik heb een vraag”.

Hij zei: ‟Wat is je vraag o mijn zoon”?

Ik zei tegen tegen hem: ‟Hoe bent u een muwaḥid[1] geworden terwijl u op de Azhar universiteit heeft gestudeerd”. (En ik wilde profiteren van zijn antwoord terwijl de mensen aan het luisteren waren).

De shaykh zei: ‟Bij Allah dat is een goede vraag”.

Hij zei: ‟Ik heb op de universiteit van al-Azhar gestudeerd. Ik heb daar de geloofsleer van de filosofen bestudeerd die zij daar onderwezen aan ons. Nadat ik mijn bachelor diploma behaalde en terug ging naar mijn land zodat ze blij zouden zijn met mijn succes, kwam ik onderweg langs een boer die zijn land aan het ploegen was. Hij (de boer) zei tegen mij: ‟O mijn zoon ga zitten op het bankje.” En hij had een bankje waar hij op ging zitten als hij klaar was met werken. Ik ging zitten terwijl hij aan het werken was. Naast mij aan het uiteinde van het bankje trof ik een boek aan. Ik nam het boek en keek ernaar. Het boek had de titel: ‟Het samenkomen van de Islamitische legers in het bevechten van de Muʿattila en de Jahmiyya[2]” waarvan de auteur Ibn al-Qayyim was. Ik ammuseerde mij met dit boek terwijl ik daar zat. Toen hij (de boer) zag dat ik het boek had gepakt en erin begon te lezen, nam hij zijn tijd totdat ik een idee kreeg over het boek. Na een tijdje kwam de boer en zei:

‟As-Salāmu ʿAlaykum o mijn zoon, hoe gaat het en waar kom je vandaan”?

Waarop ik zijn vragen beantwoorde.

Vervolgens zei hij tegen mij: ‟Bij Allah jij bent slim, omdat jij stapsgewijs kennis hebt opgedaan tot dat je tot deze fase bent gekomen. Maar ik wil je een advies geven o mijn zoon.

Ik zei tegen hem: ‟En wat is dat?”

De boer zei: ‟Jij hebt een diploma waarmee je overal kunt leven. Van Europa tot Amerika. Dit diploma heeft jou echter niet datgene onderwezen wat je eerst dient te leren.

Ik zei tegen hem: ‟En wat is dat?”

Hij zei: ‟Het heeft jou niet de tawḥīd onderwezen.”

Ik zei tegen hem: ‟De tawḥīd???”

De boer zei: ‟De tawḥīd van de Salaf”.

Ik zei tegen hem: ‟En wat is de tawḥīd van de Salaf?”

Hij zei tegen mij: ‟Zie hoe deze boer die voor jouw staat de tawḥīd van de Salaf kent.”

Dit zijn de boeken:

  • Het boek As-Sunna van de grote Imām Aḥmad
  • Het boek As-Sunna van de kleine Imām Aḥmad
  • Het boek At-Tawḥīd van Ibn Khuzaima
  • Het boek Khalq afʿāl al-ʿibād van al-Bukhārī
  • Het boek Iʿtiqād ahlus-sunna van al-Ḥāfiẓ al-Lalakāʾī

En noemde meerder boeken van tawḥīd op. Ook noemde hij de boeken van tawḥīd op van degenen die later kwamen. En daarna de boeken van shaykh al-Islam ibn Taymiyya en ibn al-Qayyim.

En hij (de boer) zei: ‟Ik zal jouw verwijzen naar deze boeken. Zodra je aankomt in jouw dorp en zij (de mensen) jouw gezien hebben en blijdschap hebben getoond vanwege het behalen van je diploma, wacht dan niet te lang en ga meteen naar Cairo. Als je aankomt in Cairo ga dan naar binnen bij Dār al-Kutub al-Masriyya en je zult al deze boeken treffen die ik opnoemde. Deze boeken zijn echter onder het stof bedolven. En ik wil dat je de stof eraf schudt en deze boeken verspreidt.

En dit waren de simpele woorden van de wijze boer die een pad vond naar het hart van shaykh Ḥāmid al-Faqī omdat zij afkomstig waren van een oprecht persoon (de boer).

Ik (Ḥammād al-Anṣārī) onderbrak de shaykh en vroeg hem: ‟Hoe kende deze boer de tawḥīd?

Waarop shaykh Ḥāmid al-Faqī zei: ‟Hij wist dit door middel van zijn leraar genaamd Ar-Ramāl. Weten jullie wie Ar-Ramāl is?

Ik zei tegen hem: ‟Ik ken hem niet, wat is zijn verhaal?”

Hij zei tegen mij: ‟Ar-Ramāl was op zoek naar de boeken van zijn voorgangers (Salaf). En toen hij deze vond verzamelde hij de werkers en de vegers en begon hen te onderwijzen. Hij mocht echter niet in het openbaar onderwijzen. Vanonder deze groep bevond zich deze boer. En deze boer was geschikt om een Imām vanonder de Imāms te zijn, echter was hij op de plek waar hij zich bevond boer. En wie is daar geschikt om te leren?

Echter het goede zal aanwezig blijven in ieder land totdat het uur aanbreekt.

En toen ik terugging naar mijn dorp en vervolgens naar Cairo ging, vond ik alle boeken die de boer mij had vermeld behalve één boek die ik pas na een lange tijd vond.

Vervolgens was de zitting afgelopen waarop shaykh Ḥāmid al-Faqī vertrok. En hij kwam ieder jaar met de Egyptische deligatie naar Saoedie-Arabië ten tijde van Koning Fāruq.

En dit verhaal was het antwoord op de vraag die ik shaykh Ḥāmid vroeg in de zitting van de Syrische man.

Bron: Al-Majmūʿ fī tarjamat al-ʿAllāma al-Muḥadith as-Shaykh Ḥammād b. Muḥammad al-Anṣārī, deel 1 blz. 294-297. 1ste druk 2002.
Vertaling (ingekort): Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl

[1]Voetnoot vertaler: Muwaḥid: een persoon die de tawḥīd (monotheïsme) praktiseert.

[2]Voetnoot vertaler: Twee dwalende groeperingen binnen de islam.

Screenshots Arabische bron: