Shaykh Muḥammad b. Ṣālih al- ʿUthaymīn (رحمه الله) zei het volgende:

Gecombineerd betekent ‟Ar-Raḥmān Ar-Raḥīm” dat de raḥma (barmhartigheid) van Allah zeer breed (uitgebreid) is en het (al) Zijn schepping bereikt.

Dit is waar sommige (geleerden) op doelen met hun uitspraak:

Ar-Raḥmān is een algemene raḥma (voor al zijn schepping) en ar-Raḥīm is een specifieke raḥma voor de gelovigen.

Sinds de raḥma van Allah voor de ongelovigen specifiek voor deze wereld alleen is, dan is het alsof zij geen raḥma hebben. Want in het hiernamaals zullen zij Allah vragen om uit het hellevuur gehaald te worden. Dit door dichter bij Hem te komen middels zijn Heerschappij en middels het opbiechten. Zij zullen zeggen:

“Onze Heer, haal ons hieruit (het hellevuur). Als wij (dan ooit) terugkeren (naar het kwade), voorwaar dan zullen wij van de onrechtplegers zijn.” [al-Muʾminūn (23):107]

De raḥma zal hen niet reiken! Echter, hetgeen hen zal reiken is rechtvaardigheid.
Allah (عز وجل) zal tegen hen zeggen:

“Verblijf erin in schande. En spreekt niet tot Mij!” [al-Muʾminūn (23):108]

Bron: Sharḥ ʿAqīda al-Wāsiṭiyya, deel1 blz. 38-39. Uitgever: Dār Ibn Al-Jawzī, Damām Saoedi-Arabië. 4de druk 2002.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl

Screenshots Arabische Bron: