Shaykh Saʿd b. Nāṣir as-Shiterī zegt het volgende:

Het verstand (al-ʿaql) kan op twee manieren begrepen worden. De eerste is wanneer er met al-ʿaql het mechanisme wordt bedoeld dat wordt gebruikt om zaken te begrijpen. Dit verstand is een voorwaarde voor alle wetenswaardigheden (informatie). Het is niet mogelijk om iets te bevatten behalve na begrip (door middel van dit verstand). Vandaar dat Allah (تعالى) zegt:

”Begrijpen zij dan niet?” [al-Baqara (2):44]

Ten tweede is wanneer er met al-ʿaql de wetenswaardigheden en eerdere ervaringen worden bedoeld die een persoon verkrijgt. Deze tweede soort begrip van al-ʿaql is niet toegestaan om te gebruiken bij het vaststellen van geloofsleren (al-ʿaqāʾid). Want deze wetenswaardigheden zijn ontstaan door middel van bezichtigingen en het is voor ons niet toegestaan om hiermee analogie te verrichten op de onzienlijke zaken vanwege de waarschijnlijkheid dat dit kan verschillen. Een voorbeeld hiervan is wanneer een persoon zegt:

“Hetgeen dat geschapen is kan niet horen behalve met oren en kan niet spreken behalve met een tong. Dus wanneer we woorden bevestigen voor Allah of het luisteren bevestigen voor Allah, dan dienen wij ook voor Hem een tong of oren te bevestigen.”

Wij zeggen hierover dat dit een fout begrip is! Want je hebt het onzienlijke vergeleken op jouw eigen denkwijze. Het kan zijn dat er zaken zijn die jij niet kan bevatten. Dingen die horen zonder oren en spreken zonder tong. Bijvoorbeeld: de kiezelsteen die in de handen van de profeet ﷺ tasbīḥ[1] verrichtte. Deze kiezelsteen had geen tong maar desondanks sprak het en de profeet ﷺ hoorde dit.[2] Vandaar dat het niet correct is om iets te bevestigen voor Allah baserend op datgene wat we bezitten aan denkwijzen.

Bron: Sharḥ Uṣūl as-Sunna van Imām Aḥmad blz. 32-33. Uitgever: Dār kunūz ishbīliyā lil-nashr wa at-tawzīʿ, Riyadh Saoedi-Arabië. 1ste druk 2012.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl

[1]Voetnoot vertaler: Het zeggen van SubḥānAllāh.

[2]Voetnoot vertaler: Een ander voorbeeld is de stronk van een dadelpalm die gebruikt werd als een minbar (om op te staan tijdens het geven van de preek) door de profeet ﷺ voordat er een minbar voor hem gebouwd werd. Deze stronk begon te rouwen toen die zag dat de profeet ﷺ op zijn nieuwe minbar ging staan. Hierop kwam de profeet ﷺ naar beneden en plaatste zijn hand op de stronk om het gerust te stellen. Zie Ṣaḥīḥal-Bukhārī.

Screenshots Arabische Bron: