Shaykh Muḥammed Mukhṭār al-Shinqīṭī vertelde dat hij mensen kende die, na slechts enkele adviezen te hebben gehoord, al binnen een week opmerkelijke veranderingen bij zichzelf merkten. Zo zei een van hen:

“Toen ik mijn houding veranderde tegenover mijn gezin en mijn echtgenote, vielen psychische lasten van mij af waarvan alleen Allah weet hoe zwaar ze waren.”

Diegene zei: “Ik leefde in achteloosheid, en werd voortdurend overvallen door zorgen en benauwdheid. Ik begreep het niet: ik stond ’s nachts op voor het gebed, ik vastte overdag en ik las (de Qurʾān), maar zonder te beseffen dat ik intussen het recht van mijn echtgenote verwaarloosde. Dat uitte zich vervolgens in mijn kinderen, en in mijn vrouw. Maar zodra ik mijzelf veranderde, begon ik een geluk te voelen dat ik niet had ervaren sinds de dag dat mijn moeder mij baarde.”

Waarom gebeurt dit? Omdat rechten worden verwaarloosd. En onrecht — vooral binnen het gezin — doet pijn, diepe pijn. Vaak heeft een mens dat niet door. Denk eens aan één eenvoudige waarheid: Allah heeft het hart van deze vrouw gevuld met liefde voor jou. Zij houdt van jou.

Kijk daarom naar degene die van je houdt, en beantwoord die liefde op een manier die past bij haar waarde. Zie jezelf niet als een heer die blind gehoorzaamd moet worden, en beschouw jezelf niet als de dominante, de heerser die overal controle over heeft.

Zie jezelf als een dienaar die toebehoort aan Allah, die onder Zijn genade leeft. Weet: als jij goed doet, zal Allah goed voor jou zijn. En als jij ruimte (en zachtheid) geeft, zal Allah jou ruimte (en zachtheid) schenken.

‘Aqīl vertelde: “Ik wilde mijn vrouw bij ‘Umar gaan beklagen. Midden op de dag vertrok ik en bleef staan bij de deur van de leider van de gelovigen, de tweede rechtgeleide kalief, de ontzagwekkende man die zijn stok hief over mannen en hun hoogmoed brak omwille van Allah en gehoorzaamheid aan Allah (moge Allah tevreden met hem zijn en hem eren, en moge Hij de hoogste lagen van al-Firdaws zijn verblijf en rustplaats maken). Maar tegenover zijn eigen vrouw brak hij. En dit is bekend in de overleveringen: ‘Umar (moge Allah tevreden met hem zijn) was zacht tegenover vrouwen. Dit is algemeen bekend.

Zelfs de grootsten en edelmoedigsten weten maar al te goed dat een vrouw bijzondere rechten heeft. Je treft mannen aan met grote vastberadenheid en een sterke persoonlijkheid — en ik heb dit zelfs waargenomen bij de mensen die het dichtst bij mij staan; ik kan daarvan getuigen — maar wanneer het om het recht van de vrouw gaat, tonen zij zich van de zwakste kant. Het heeft niets te maken met verliefdheid of iets dergelijks. Zelfs wanneer een man op leeftijd raakt en de jaren van jeugd allang voorbij zijn, wordt hij in dit opzicht juist gevoeliger. Dat komt door de barmhartigheid die Allah in hem heeft gelegd.

Umm Salama vertelde dat ‘Umar — nog vóór zijn bekering (moge Allah tevreden met hem zijn) langs haar kwam terwijl zij zich klaarmaakte om naar Abessinië te emigreren. Hij vroeg haar: “Waar ga je naartoe?”

Zij antwoordde: “Naar Abessinië.”

Hij maakte haar een verwijt, waarop zij zei: “Jullie hebben ons pijn gedaan! Jullie hebben ons pijn gedaan! Jullie hebben ons het leven zuur gemaakt!”

Dit raakte ‘Umar terwijl hij nog in de onwetendheid leefde en destijds de hardste vijand van de islam was.

Toen Abū Salama thuiskwam, vertelde zij hem wat er was gebeurd en zei: “Ik heb vandaag iets bijzonders gezien van Ibn al-Khaṭṭāb!”

Toen zij hem dit had verteld, zei Abū Salama tegen haar: “Wat is dit? Hoop jij dat al-Khaṭṭāb moslim wordt? Bij Allah, de ezel van al-Khaṭṭāb zal eerder moslim worden dan ‘Umar!”

Zó streng was hij toen tegen de moslims. Maar Allah wilde anders, en zo kwam ‘Umar uiteindelijk tot de islam, moge Allah tevreden met hem zijn.

Arabische bron: Beluister de audio hieronder (lichtjes aangepast).
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl