Imām Abī Faraj ʿAbd ar-Raḥmān Ḥassan b. ʿAlī b. Muḥammed (Ibn al-Jawzī) zei:

Een man klaagde over zijn afkeer van zijn echtgenote en zei: “Ik ben niet in staat om van haar te scheiden om verschillende redenen, waaronder de grote schuld die ik bij haar heb. Mijn geduld is gering, en ik kan mezelf nauwelijks weerhouden van uitbarstingen van ontevredenheid. Mijn woorden verraden vaak mijn afkeer jegens haar.”

Ik zei tegen hem: Dit zal je niet baten. (Problemen moeten op de juiste manier worden aangepakt), net zoals huizen slechts via hun deuren worden betreden. Trek jezelf terug en besef dat zij alleen over jou is gebracht vanwege jouw eigen zonden. Vraag daarom overvloedig om vergeving en toon oprecht berouw.

Wat betreft je ontevredenheid en het kwetsen van haar – dat zal je niets opleveren. Zoals Al-Ḥassan (al-Baṣrī) zei: “Al-Ḥajjāj[1] is een straf van Allah voor jullie, dus verzet je er niet tegen met het zwaard, maar met istighfār (smeekbeden om vergeving).”

Weet dat je beproefd wordt en dat geduld je beloning zal opleveren.

“Het kan zijn dat jullie iets verafschuwen, terwijl het goed voor jullie is.” [Al-Baqara: 216]

Wees daarom geduldig met wat Allah heeft beschikt en vraag Hem om verlichting.

Wanneer je istighfār combineert met oprecht berouw over je zonden, geduld met het goddelijke decreet en het vragen om verlichting, dan verenig je drie vormen van aanbidding – en voor elke daarvan zul je beloond worden.

Verspil je tijd niet aan iets dat geen nut heeft en zoek geen uitvluchten in de illusie dat je daarmee kunt afwenden wat Allah heeft beschikt.

“En als Allah jou met tegenspoed treft, dan kan niemand die wegnemen behalve Hij.” [Al-Anʿām: 17]

Het is overgeleverd dat op een dag een soldaat het huis van Abū Yazīd binnendrong (om hem te arresteren). Toen Abū Yazīd aankwam en hem zag, bleef hij staan en zei tegen een van zijn metgezellen: “Ga naar binnen en verwijder de zachte modderblok op die specifieke plek, want er is twijfel over de herkomst ervan.” Zijn metgezel verwijderde het, en kort daarna vertrok de soldaat.

Wat betreft het kwetsen van je vrouw, daar is geen enkele rechtvaardiging voor; zij is slechts over jou gebracht (als een beproeving). Richt je aandacht op iets anders.

Het is overgeleverd van een van de vrome voorgangers dat een man hem uitschold. Daarop legde hij zijn wang op de grond en zei: “O Allah, vergeef mij de zonde waardoor U deze persoon over mij hebt afgeroepen.”

De man vervolgde en zei: “Deze vrouw houdt buitensporig veel van me en overdrijft in haar toewijding aan mij, maar de afkeer van haar zit diep in mijn natuur.”

Ik zei tegen hem: Behandel haar met geduld omwille van Allah, want je zult daarvoor beloond worden.

Er werd aan Abū ʿUthmān al-Naysābūrī gevraagd: “Wat is de daad waar jij de meeste hoop op hebt (voor de beloning van Allah)?”

Hij antwoordde: “Toen ik jong was, probeerden mijn familieleden mij te laten trouwen, maar ik weigerde steeds. Op een dag kwam er een vrouw naar me toe en zei: ‘O Abū ʿUthmān! Ik houd van je en ik smeek je bij Allah om met mij te trouwen.’ Ze bracht haar vader mee – een arme man – en hij huwde ons. Hij was er blij mee. Toen ze bij me kwam, ontdekte ik dat ze mank, blind en misvormd was. Vanwege haar liefde voor mij verhinderde zij mij om naar buiten te gaan. Ik bleef bij haar om haar hart te beschermen en liet haar nooit merken dat ik een afkeer van haar had. Het voelde alsof ik op gloeiende kolen zat vanwege mijn afkeer van haar. Zo bleef ik vijftien jaar lang, totdat ze stierf. Van al mijn daden is er niets waar ik meer hoop op heb dan het beschermen van haar hart.”

Ik zei tegen hem: Dit is de houding van ware mannen. Wat baat het een beproefde persoon om zijn ongenoegen luid te uiten en zijn afkeer te tonen? De juiste weg is wat ik je al heb verteld: berouw tonen, geduld hebben en Allah om verlichting vragen.

Laat hem zijn zonden overdenken, want wellicht is dit de straf ervoor, en laat hij hierin grondig zijn.

Als verlichting komt, dan is dat een kwestie van Allah’s beschikking. Zo niet, dan blijft geduld hebben met wat Allah heeft bepaald een vorm van aanbidding. Evenzo is het zich inspannen om genegenheid voor haar te tonen – zelfs als die niet in je hart aanwezig is – een daad waar je voor beloond wordt.

De schuld ligt niet bij de boeien, dus het heeft geen zin om hen de schuld te geven; men moet zich eerder bezighouden met Degene die hen heeft opgelegd.

Was Salām.

Bron: Ṣayd al-Khāṭir blz. 408-409, Uitgeverij Dār ibn Kathīr, Damascus te Syrië. 2de druk 2020.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: ahloelhadieth.nl

[1] Voetnoot vertaler: Al-Ḥajjāj ibn Yūsuf ath-Thaqafī was de gouverneur van Irak onder het kalifaat van ʿAbd al-Malik ibn Marwān. Hij stond bekend om zijn onderdrukking en bloedvergieten, zijn gebrek aan respect voor de vroege generaties [de Ṣaḥābah en Tābiʿīn] en het overschrijden van Allah’s heilige grenzen.

Screenshots Arabische Bron: