[De Vrouwelijke Salaf nr. 1] Maymūna bint Shāqūla al-Wāʿiẓa (393 NH)

Abī Faraj ʿAbd ar-Raḥmān Ḥassan b. ʿAlī b. Muḥammed (Ibn al-Jawzī)
Op gezag van Muḥammed b. Nāṣir die zei: Op gezag van ʿAlī b. Mahdī die zei: Ik hoorde mijn vader zeggen: Ik hoorde Maymūna bint Shāqūla al-Wāʿiẓa zeggen: “Dit is mijn blouse. Hij is al 47 jaar oud, ik trek hem (nog steeds) aan en hij is nog niet gescheurd. Mijn moeder heeft die voor mij gesponnen en ik heb hem…Lees verder

[De Vrouwelijke Salaf nr. 2] Karīma bint Aḥmad b. Muḥammed b. Ḥātim al-Marwaziyya

Imām Shams ad-Dīn Muḥammed b. Aḥmad b. ʿUthmān ad-Dhahabī
De Shaykha, geleerde, deugdzame, al-musnida, Umm al-Kirām, Karīma bint Aḥmad b. Muḥammed b. Ḥātim al-Marwaziyya. Zij woonde in de buurt van de Ḥaram van Allah. Zij zei: Ik (Karīma) hoorde Ṣaḥīḥ al-Bukhārī van Abī al-Haytam al-Kushmīhinī…Lees verder

[De Vrouwelijke Salaf nr. 3] Āsiya bint Muzāḥim (de vrouw van Farao)

Abī Faraj ʿAbd ar-Raḥmān Ḥassan b. ʿAlī b. Muḥammed (Ibn al-Jawzī)
Abū Hurayra (رضي الله عنه) zei: “Farao sloeg pinnen in haar handen en voeten. Wanneer zij (d.w.z. degenen die haar martelden) haar verlieten gaven de engelen haar schaduw (met hun vleugels). Zij (Āsiya) zei: “Mijn Heer, bouw voor mij een huis bij U in het paradijs…Lees verder

[De Vrouwelijke Salaf nr. 4] Umm Zaynab Fāṭima bint ʿAbbās b. Abī al-Fatḥ b. Muḥammed al-Baghdādiyya (studente van Shaykh al-Islām b. Taymiyya)

Imām Ibn Kathīr
Op de dag van ʿArafa (714NH) overleed de Shaykha, de vrome, de aanbidster, de asceet Umm Zaynab Fāṭima bint Abbās b. Abī al-Fatḥ b. Muḥammed al-Baghdādiyya in (de wijk) ẓāhir in Egypte. Een grote groep mensen woonde haar begrafenis bij…Lees verder

[De Vrouwelijke Salaf nr. 5] Umm Khālid bint Khālid (de laatste vrouwelijke metgezel) رضي الله هنها

Imām Shams ad-Dīn Muḥammed b. Aḥmad b. ʿUthmān ad-Dhahabī

Umm Khālid bint Khālid Ibn Abī Uḥayḥa Saʿīd b. Al-ʿĀṣ b. Umayya b. ʿAbd Shams b. ʿAbd Manāf al-Qurashiyya al-Amawiyya al-Makkiyya. Geboren in Ethiopië. Haar naam was Ama. Zij was een van de metgezellen (die de Profeet ﷺ ontmoet had) en zij heeft…Lees verder

[De Vrouwelijke Salaf nr. 6] Umm ʿAmmāra de Mujāhida (de beschermster van de Profeet ﷺ tijdens de slag van Uḥud)

Imām Shams ad-Dīn Muḥammed b. Aḥmad b. ʿUthmān ad-Dhahabī

Al-Wāqidīyyu zei: Zij was aanwezig bij de slag van Uḥud samen met haar man Ghaziyya b. ʿAmr en haar twee zonen. Ze ging uitgerust met een waterzak om de gewonden water te geven, maar uiteindelijk vocht ze zelf ook mee en liep ze 12 verwondingen op. Ik zag dat Ibn Qamiʾa haar op haar schouders sloeg, wat resulteerde in een grote wond. Het duurde een jaar om deze wond te behandelen…Lees verder

[De Vrouwelijke Salaf nr. 7] Ramla Umm Ḥabība رضي الله هنها

Abī Faraj ʿAbd ar-Raḥmān Ḥassan b. ʿAlī b. Muḥammed (Ibn al-Jawzī)

Saʿīd b. al-ʿĀṣ overleverde dat Umm Ḥabība zei: “Ik droomde dat mijn man, ʿUbaydullah b. Jaḥsh, verscheen in de meest afschuwelijke en grillige gedaante. Ik schrok en zei bij mezelf: ‘Bij Allah, zijn toestand is veranderd!’ De volgende ochtend zei hij tegen mij: ‘O Umm Ḥabība, ik heb mijn geloof onderzocht en ben tot de conclusie gekomen dat er geen beter geloof is dan het christendom…Lees verder

[De Vrouwelijke Salaf nr. 8] Mūḍī bint ʿAbd Allah al-Jalham

Kort na haar huwelijk werd zij getroffen door een brand waarbij een groot deel van haar lichaam verbrandde. Ze verbleef maandenlang in het ziekenhuis. Ondanks deze opeenvolgende beproevingen en moeilijkheden…Lees verder