Shaych ʿAlī b. ʿAbdul-ʿAzīz as-Shibl zei:

De zwarte steen daar zijn meerdere sunan van bevestigd op gezag van de Profeet ﷺ:

  1. Dat hij deze (zwarte steen) aanraakte met zijn rechterhand, deze kuste en zijn wang en zijn voorhoofd erop plaatste. Dit wordt ook wel de sujūd genoemd.
  2. Dat hij deze aanraakte en kuste.
  3. Dat hij (alleen) zijn wang erop plaatste zonder het te kussen en zonder het aan te raken.
  4. Dat hij deze kuste zonder zijn wang of voorhoofd erop te plaatsen en zonder deze aan te raken met zijn hand.
  5. Dat hij deze (alleen) aanraakte met zijn hand.
  6. Dat hij deze aanraakte met een object. In dit geval met een stok gedurende de ṭawāf al-ifāda tijdens zijn afscheidsbedevaart. Hij bevond zich op zijn kameel terwijl hij de ṭawāf verrichtte. En omdat het te zwaar was voor hem om na ieder ronde neer te dalen van zijn kameel, raakte hij de zwarte steen aan met zijn stok en kuste daarna het uiteinde van de stok. Degene die dus de zwarte steen aanraakt met een stok of kleed en deze daarna kust, die heeft de sunan behaalt.
  7. Dat hij ernaar wees (met zijn hand) zonder deze aan te raken of te kussen. En zonder de kus (in de richting van de zwarte steen) te sturen (of te blazen) zoals sommige leken doen. Men wijst en dient slechts Bismillah, Allahu Akbar of Allahu Akbar te zeggen.

Bron: Uitleg van Qāʿida fī Al-Wasīla deel 1, Vanaf min. 1:03:30 – 1:05:19
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl