Shaykh Sulaymān ar-Ruḥaylī zei het volgende:

En jammer genoeg is het zo dat velen van ons hun goed gedrag (alleen) buitenshuis vertonen en binnenshuis al het slechte vertonen (wat is overgebleven)!

Wanneer je sommige mensen buitenshuis in bijeenkomsten ziet zitten dan denk je Mā Shāʾ Allah! Wat zijn zijn woorden hartelijk! Kijk hoe hij de harten opent van mensen door zijn manier van spreken! Een persoon waar de bijeenkomst niet genoeg van kan krijgen. Hij laat degenen om hem heen lachen en stelt hen op hun gemak. Hij vertoond goed gedrag en wanneer iemand een fout maakt tegenover hem zegt hij: “Moge Allah je belonen en moge Allah mij en jou vergeven!”

Maar wanneer hij zijn huis binnenkomt verandert zijn situatie. Hij verandert in een leeuw, wordt boos over van alles en nog wat, bestraft voor ieder iets en maakt een punt over van alles en nog wat! Hij gaat liever dood dan dat hij woorden uit in zijn huis! Dit heeft niets te maken met goede omgang!

Het is aan de vader wanneer hij zijn huis binnenkomt om zijn gezin met vriendelijkheid en zachtheid te behandelen. Hij dient naar hun situatie te vragen en interesse te tonen. Hij dient hun harten te vullen met liefde. Want deze harten hebben liefde nodig van de vader en wanneer zij dit niet ervaren dan zoeken ze het elders.

Het is aan ons, o broeders, om voor deze grote zaak op te passen! En dat is het omgaan met onze gezinnen binnenshuis met het beste en meest nobele gedrag.

Bron: Beluister de audio hieronder.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl