Shaykh Ṣāliḥ b. Fawzān al-Fawzān werd gevraagd over de toestand van de Salaf (vrome voorgangers) in het ontvangen van deze geweldige maand en antwoordde hierop[1]:

…De toestand van de Salaf zoals dit vastgelegd is in de boeken en overleveringen met betrouwbare kettingen van overleveraars was:

  • Dat zij Allah (عز و جل) voordat de Ramadan begon vroegen om hen in staat te stellen de Ramadan te bereiken. Zij vroegen Allah om de Ramadan te bereiken omdat zij wisten wat voor geweldige goed en alomvattend profijt deze maand bezat.
  • Wanneer de Ramadan van start was gegaan vroegen zij Allah om hen bij te staan om (in deze maand) vrome handelingen te verrichten.
  • Na de Ramadan vroegen zij Allah dat hij het van hun zou accepteren. Zoals Allah (جل و علا) zegt: ‟En degenen die weggeven (aan liefdadigheid) wat zij ontvingen terwijl hun harten sidderen (vanwege de onzekerheid of hun liefdadigheid werd geaccepteerd of niet), omdat zij tot hun Heer zullen terugkeren. Zij zijn degenen die zich haasten om het goede te verrichten en zij zijn degenen die (anderen) zijn voorgegaan.” [Al-Muʾminūn (23):60-61]
  • Zij deden hun best om handelingen te verrichten. Na het verrichten ervan raakten zij bezorgt. Worden deze handelingen nu geaccepteerd of niet? Omdat zij de grootheid van Allah (عز وجل) kenden en zij wisten dat Allah alleen datgene aan handelingen accepteert wat puur en oprecht voor Zijn Aangezicht werd verricht en in overeenstemming is met de sunna van Zijn boodschapper ﷺ.
  • Zij prezen zichzelf niet aan en vreesden dat hun daden tenietgingen.
  • Hun bezorgdheid dat hun handelingen geaccepteerd werden was groter dan hun (oorspronkelijke) inspanning in het verrichten van deze handelingen. Want Allah (جل و علا) zegt: ‟Voorwaar, Allah accepteert alleen van de godvrezenden.” [Al-Māʾida (5):27]
  • Zij maakten tijd vrij in deze maand voor aanbidding en verminderden in wereldse zaken.
  • Zij bespaarden hun tijd door in de huizen van Allah (عز وجل) te zitten.
  • Zei zeiden tegen zichzelf: “Wij zullen ons vasten beschermen en over niemand roddelen.”
  • Zij brachten kopieën van de Qorʾān en bestudeerden het boek van Allah (عز وجل).
  • Zij waren erop gespitst om geen tijd te verliezen.
  • Zij waren niet laks noch onachtzaam zoals vele mensen vandaag de dag zijn.
  • De nachten brachten zij door in gebed en de dagen (overdag) met het vasten, het reciteren van de Qorʾān, het gedenken van Allah en het verrichten van vrome handelingen.
  • Zij verloren geen minuut noch een moment (van deze maand) behalve dat zij erin vrome handelingen verrichtten.

Bron: Zie officiële website van de Shaykh: http://alfawzan.af.org.sa/node/9840& screenshot Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl

[1]Voetnoot vertaler: De vraag is ingekort als ook de introductie van het antwoord.