Shaykh Muḥammad b. Ṣālih al-ʿUthaymīn (رحمه الله) werd het volgende gevraagd:

Wat is het oordeel over het gebed van een persoon die met een kledingstuk heeft gebeden waar onreinheid (najāsa) op zat en hier pas achter kwam na het gebed?

Antwoord:

Zijn gebed is geldig. Zo ook wanneer hij dit voor het gebed al wist maar was vergeten om zijn kledingstuk te wassen. Vervolgens bad hij er toch mee uit vergeetachtigheid. Zijn gebed is (ook in dit geval) geldig. Dit volgens de uitspraak van Allah (تعالى):

“Onze Heer, bestraf ons niet als wij vergeten of fouten maken.” [Al-Baqara (2):286]

Allah zei (hierop in een ḥadīth Qudsī):

“Ik heb dit gedaan.” (M.a.w. Hij heeft hen niet bestraft)

En ook omdat Jibrīl naar de profeet  kwam toen hij met de mensen aan het bidden was en hem informeerde dat zijn sandalen viezigheid bevatte. Hierop deed hij ﷺ ze uit en ging verder met zijn gebed.

Was het zo geweest dat het gebed ongeldig zou zijn wanneer men uit onwetendheid met onreinheden bid, dan zou de profeet ﷺ het gebed opnieuw starten.

Bron: Beluister de audio hieronder.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya

Publicatie:
www.ahloelhadieth.nl