Shaykh al-Islām b. Taymiyyah (رحمه الله) zei het volgende:

De graven van de ongelovigen bezoeken is toegestaan zoals dit authentiek is vastgesteld in Ṣaḥīḥ Muslim, Abī Dāwūd en Ibn Mājah op gezag van Abī Hurayra die zei: De boodschapper van Allah kwam naar het graf van zijn moeder en begon te huilen waarop de mensen om hem heen ook begonnen te huilen. Vervolgens zei hij: 

“Ik vroeg toestemming aan mijn Heer om vergiffenis voor haar te vragen maar Hij wees dit af. Hierop vroeg ik Hem toestemming om haar graf te bezoeken waarop Hij dit goedkeurde. Bezoek dus de graven, want waarlijk het bezoeken ervan herinnert jullie aan het hiernamaals.”[1]

Dus een bezoek aan het graf wat als profijt het herinneren van de dood met zich meebrengt is vastgesteld, al is dit een graf van een ongelovige. In tegenstelling tot het bezoeken van een graf met als intentie om duʿā te verrichten voor de dode, want dit is alleen vastgesteld voor de gelovigen.

Bron: Aḍwāʾ min fatāwā shaykh al-Islām b. Taymiyya deel 1 blz. 128. Uitgever: Dār ibn Jawzī lil-nashr wat-tawzī ʿ, Damam Saoedie-Arabie. 1ste druk 2008.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl

[1]Ṣaḥīḥ Muslim nr. 976, Abī Dāwūd nr. 3234, An-Nasāʾī in Al-Kubrā nr. 2161 & Ibn Mājah nr. 1572.

Screenshots Arabische Bron: