Shaykh Sulaymān ar-Ruḥaylī zei het volgende:

…En deze kwestie valt onder de dubieuze zaken vanwege de tegenstrijdige overleveringen hieromtrent. De zwangere en borst voedende vrouw kennen bij de geleerden drie situaties.

De eerste situatie: Is dat de zwangere en borst voedende vrouw voor zichzelf vreest. De reden dat zij haar vasten verbreekt is vanwege angst voor haarzelf. In deze situatie dient zij het vasten te verbreken en de gemiste dagen in te halen en hier is geen geschil over bij de geleerden. Aangezien zij voor haarzelf vreest mag zij eten en haalt deze dagen dan in. Dit is met overeenstemming van de geleerden en hier is geen geschil over!

Waarom dient zij de gemiste dagen in te halen? De geleerden zeiden omdat zij ziek is en Allah (عز و جل) zei: “En wie ziek of op reis is, (diegene dient) dan hetzelfde aantal op andere dagen (in te halen)[1] Zolang zij voor haarzelf vreest dan is dit een soort ziekte. Zij dient dus alleen de gemiste dagen in te halen met overeenstemming van de geleerden (zoals eerder al vermeldt).

De tweede situatie: Wanneer de borst voedende of zwangere vrouw voor haarzelf en haar kind vreest. Hier bestaat haar angst uit twee gedeelten, namelijk vrees voor haarzelf en het kind (of foetus). Zij mag dan het vasten verbreken met overeenstemming van de geleerden. Zij dient alleen de gemiste dagen in te halen zonder een boetedoening. Dit is wat de jurisprudentie (fiqh) geleerden in hun boeken vermeld hebben. Waarom? Zij (de geleerden) zeiden omdat de oorsprong is dat zij voor haarzelf vreest en haar vrees voor het kind volgt erna. Wij kijken dus naar het feit dat zij (als eerst) vrees had voor haarzelf en zodoende is zij gelijk aan de eerste situatie.

De derde situatie wat tevens de reden voor geschil is bij de geleerden: Wanneer de borst voedende (of zwangere) vrouw alleen voor het kind vreest. Zij voelt zich goed maar vreest voor het kind. Wanneer zij vast vermindert haar melk waarop zij vreest dat dit het kind zal schaden. De zwangere vrouw vreest voor haar foetus maar voelt zichzelf verder goed. Omtrent deze kwestie zijn de geleerden gaan geschillen nadat hun overeen zijn gekomen dat zij haar vasten mag verbreken. Zij mag dus haar vasten verbreken, hier is geen geschil over. Maar wat dient zij te doen? De geleerden zijn hierover gaan geschillen.

Al-Ḥanafiyya[2] zeiden: Zij dient alleen de gemiste dagen in te halen. Omdat dit de oorsprong is, dat degene die zijn vasten verbreekt de dagen dient in te halen. En er is geen bewijs voor datgene wat er extra aan wordt toegevoegd.

Al-Mālikiyya[3] zeiden: Dat de zwangere vrouw alleen de gemiste dagen dient in te halen. Wat betreft de borstvoedende vrouw, zij dient de gemiste dagen in te halen en (voor ieder gemiste dag een arm persoon) te voeden.

As-Shāfiʿiyya[4] & de Ḥanābila[5] zeiden: Zij dient de dagen in te halen en (voor ieder gemiste dag een arm persoon) te voeden. Dit geldt voor zowel de zwangere en borst voedende vrouw die vreest voor haar kind.

En de meest juiste opinie bij mij (Shaykh Sulaymān ar-Ruḥaylī) is dat zij de gemiste dagen dient in te halen en (voor ieder gemiste dag een arm persoon) dient te voeden. En Allah weet het beter.

Wat betreft het inhalen van gemiste dagen, dit is omdat zij haar vasten heeft verbroken met een geldig excuus. En de Islamitisch vastgestelde fundamenten in haar geheel duiden erop dat degene die het vasten verbreekt vanwege een excuus deze gemiste dagen dient in te halen. En er is geen enkel fundament die dit tegen gaat. Na het deduceren van de Islamitisch vastgestelde bewijzen zijn wij tot de conclusie gekomen dat degene die zijn vasten verbreekt vanwege een excuus de gemiste dagen verplicht dient in te halen. En deze vrouw (die onder de derde situatie valt) heeft haar vasten verbroken vanwege een excuus. Zij dient dus verplicht de gemiste dagen in te halen. Wat betreft het voeden: Waarom dient zij verplicht te voeden? Vanwege de fatāwā van de metgezellen. Wat hieronder valt is de overlevering van Ibn ʿUmar (رضي الله عنهما): Zij verbreekt haar vasten en voedt een arm persoon voor ieder gemiste dag.” Zo ook de fatwa van Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهما) die overgeleverd is door Abū Dāwūd en anderen met een authentieke ketting dat zij haar vasten verbreekt en voor ieder gemiste dag een arm persoon voedt. En er zijn geen andere metgezellen die hen in dit oordeel zijn tegen gegaan.

Deze uitspraken van hen (de metgezellen) zijn dus een bewijs voor het voeden en de Islamitisch vastgestelde fundament zijn een bewijs voor het inhalen van de gemiste dagen.

Wanneer iemand dan zegt: “In de overlevering van Ibn ʿUmar staat (ook) dat zij de dagen niet hoeft in te halen? Zo ook staat dit in de overlevering van Ibn ʿAbbās?” Wij zeggen hierover dat degene die deze toevoeging “dat zij de dagen niet hoeft in te halen” onderzoekt, zal ondervinden dat deze toevoeging voorkomt in sommige overleveringen maar de meeste overleveringen hebben deze toevoeging niet! En deze overleveringen (waarin de toevoeging niet voorkomt) zijn meer en sterker (in gradatie) dan de andere overleveringen waarin deze toevoeging wel voorkomt. Dit is dus een afwijkende toevoeging. Wanneer haar kettingen vrij zijn van zwakheid dan is de tekst van deze overlevering niet vrij van afwijking. Deze overleveringen zijn dus Shādh[6] (afwijkend) en wat Shādh is, is zwak en wordt niet aangenomen. Hoe kunnen we deze aannemen terwijl zij indruisen tegen Islamitisch vastgestelde fundamenten? Afwijkend en in tegenstrijdt met de Islamitisch vastgestelde fundamenten dat degene de zijn vasten verbreekt de gemiste dagen dient in te halen.

Het correcte en wat authentiek is vastgesteld op gezag van Ibn ʿUmar en Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهما) is dat zij slechts opdroegen om een arm persoon te voeden voor ieder gemiste dag zonder het inhalen te vermelden… (De Shaykh herhaalt nogmaals dat de overleveringen met deze extra toevoeging afwijkend en zwak zijn en het fundament tegen gaan…)

En wanneer iemand zegt: “Waarom hebben Ibn ʿUmar en Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهما) hun dan niet opgedragen om het vasten in te halen?” Wij zeggen hierover dat zij stil waren hieromtrent omdat dit iets welbekend was. Zij vermeldde alleen hetgeen wat niet bekend was en waar men behoefte aan had. Het inhalen is iets wat welbekend is. Dit is een van de zaken (i.e. het inhalen van gemiste dagen) die men noodzakelijkerwijs dient te weten van de religie. Zij (de twee metgezellen) hebben dus alleen datgene vermeldt wat voor de mensen verborgen was wat een verduidelijking nodig had.

Bron: Zie video hieronder.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl

[1]Al-Baqara (2):185.

[2]De volgelingen van Imām Abū Ḥanīfa (een van de vier wetscholen (madhabs).

[3]De volgelingen van Imām Mālik (een van de vier wetscholen (madhabs).

[4]De volgelingen van Imām As-Shāfiʿi (een van de vier wetscholen (madhabs).

[5]De volgelingen van Imām Aḥmad (een van de vier wetscholen (madhabs).

[6]Een term wat gebruikt wordt in wetenschap van ḥadīth.