• Opvoeden van dochters
  • banner boze oog
  • Tauwhied O Dienaren van Allah

Hoe bidt iemand die ziek is?

Ten eerste: Het is verplicht voor degene die ziek is om de verplichte gebeden staand te bidden zelfs wanneer hij dit enigszins buigend moet doen, of tegen een muur moet leunen of een stok ter ondersteuning moet gebruiken.


Ten tweede: Als hij (de zieke) niet in staat is om te staan, dan bidt hij zittend, en hetgeen wat beter is, is dat hij met gekruiste benen bid op de plek van qiyaam (staan) en roekoe’ (buiging).


Ten derde: Als hij niet in staat is om zittend te bidden, dan bidt hij liggend op zijn zij en met het aangezicht richting de qiblah (richting Mekka), en op de rechte zijde te liggen is beter. Als het niet mogelijk is om richting de qiblah te bidden, dan bidt hij in de richting waar zijn gezicht naar staat, zijn gebed is dan correct en hij hoeft het niet over te doen.


Ten vierde: Als het niet mogelijk voor hem is om op zijn zij te bidden, dan moet hij (op zijn rug) met de (onderkant van zijn) voeten in de richting van de qiblah bidden. En hetgeen wat beter is, is dat hij probeert zijn hoofd een beetje op te tillen om het richting de qiblah te wenden. En als hij niet in staat is om dusdanig te bidden dat zijn voeten richting de qiblah wijzen, dan moeten hij bidden zoals hij ligt en zijn gebed hoeft niet over gedaan te worden.


Ten vijfde: Het is verplicht voor de zieke om roekoe’ (buiging) en soedjoed (nederwerping) te verrichten in het gebed. Als hij hier niet toe in staat is dan behoort hij de handeling te seinen door z'n hoofd te bewegen, en hij behoort (zijn hoofd) lager te plaatsen voor de soedjoed als dat hij zou doen voor de roekoe’, en als hij in staat is om soedjoed te verrichten dan is het voldoende voor hem om de roekoe’ te verrichten en de soedjoed te seinen (door het hoofd te bewegen). En als hij in staat is om de soedjoed te verrichten, maar niet in staat is om de roekoe’ te verrichten, dan moeten hij de soedjoed verrichten en de roekoe’ seinen (door het hoofd te bewegen).


Ten zesde: Als hij niet in staat is om met het hoofd te seinen wanneer hij soedjoed en roekoe’ verricht, dan moeten hij seinen met z'n ogen, dus hij moet hen een klein beetje sluiten voor roekoe’ en hen wat verder sluiten voor de soedjoed.


Wat betreft het met de vinger wijzen zoals gedaan wordt door sommige zieke mensen, dit is incorrect en ik ken daar geen enkele oorsprong voor in de Qor’aan, Soennah en de uitspraken van de geleerden.


Ten zevende: Als hij niet in staat is om met zijn hoofd of z'n ogen te seinen, dan moeten hij met z'n hart bidden, dus hij moet takbier (“Allaahoe Akhbar” zeggen) maken en (de nodige Soerah’s van de Qor’aan) lezen, en de intentie maken voor roekoe’, soedjoed, staan en zitten met het hart, “…en voorwaar ieder mens zal alleen dat krijgen wat met zijn intentie (bedoeling) samenhangt…”


Ten achtste: Het is verplicht voor de zieke om het gebed te verrichten op de rechtmatige tijd, en alles te vervullen van hetgeen waar hij toe in staat is. Als het moeilijk is om iedere gebed op zijn rechtmatige tijd te bidden, dan kan hij dhohr en ‘asr samenvoegen en ‘ishaa met maghrib, oftewel djamoe’at-taqdiem (wat betekent:) het verrichten van ‘asr op de tijd van dhohr, en ‘ishaa op de tijd van maghrib of djamoe’ at-ta’khier (wat betekent:) het uitstellen van het dhohr gebed tot de tijd van ‘asr, en maghrib tot ‘ishaa, afhankelijk van wat makkelijker is voor hem.


Wat betreft het Fadjr gebed kan daarentegen niet samengevoegd worden met hetgeen ervoor of erna komt.


Ten negende: Als de zieke een reiziger is en behandeld wordt in ander dan zijn land, dan verkort hij de gebeden die vier rak’aat (gebedseenheden) zijn en, dus worden dhohr, ‘asr en ‘ishaa als twee rak’aat gebeden totdat zij terug zijn gekeerd naar hun eigen land, ondanks of hun reis nu een lange of korte periode duurt.

Bron: Fataawa Arkaanoel Islaam (blz. 378)

Een Liefdevolle Nasiehah aan de Islaamitische Jeugd en de Dragers van Da`watoes-Selefieyah

In de Naam van Allaah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

 

Alle Lof en Dank komen toe aan Allaah en moge de Vredeswensen en Zegeningen met de Boodschapper van Allaah zijn, met zijn Familieleden, Metgezellen en Degenen die Zijn Leiding volgen.

Voor wat nu volgt:

 

Allaah heeft de gemeenschap van de Islaamitische Oemmah onderscheiden van alle andere gemeenschappen. Hij heeft ons opgedragen om tot het goede aan te sporen en het slechte te verbieden.

Allaah de Meest Verhevene zegt:

 

“Jullie (ware gelovigen in het Islaamitische Monotheïsme en ware volgers van de Profeet Mohammed (salallaahoe 'alayhie was sallem) en zijn Soennah (wettelijke manieren, etc.)) zijn het beste volk dat ooit uit de mensheid is voortgebracht; jullie sporen aan tot Al-Ma’roef (Islaamitisch Monotheïsme en alles wat de Islaam heeft opgedragen) en verbieden Al-Moenkar (polytheïsme, ongeloof en alles wat de Islaam verboden heeft).” (Soerat Aal-‘Imraan 3: 110)

 

En de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:

 

“Degene van jullie die Moenkar ziet, moet het met zijn hand veranderen. Als hij daartoe niet in staat is, moet hij het met zijn tong veranderen. Als hij daartoe niet in staat is, moet hij het met zijn hart veranderen. En dit is de meest zwakke vorm van Iemaan.”  

En onze Heer heeft ons verantwoordelijk gesteld om steevast voor rechtvaardigheid te zijn. Allaah de Meest Verhevene zegt:

 

“O jullie die geloven! Sta steevast voor rechtvaardigheid, als getuigen voor Allaah, ook al mocht het tegenover jullie zelf zijn, of jullie eigen ouders, of jullie naasten.” (Soerat An-Nisa’ 4: 135)

 

En Hij heeft ons bevolen om elkaar te helpen in Al-Birr (het Goede) en At-Taqwaa (Deugd, Rechtschapenheid en Vroomheid). En Hij heeft ons verboden om elkaar te helpen in zondigheid en overtreding. Allaah de Meest Verheven zegt:

 

“En helpt elkaar in al-Birr en Taqwaa (deugd, rechtschapenheid en vroomheid), maar helpt elkaar niet in zonde en overtreding.” (Soerat Al-Maa’iedah (5), 2)

 

En Hij heeft ons Djihaad opgedragen om daarmee de religie te verspreiden en te verdedigen; Djihaad met het zwaard en de tong. En Hij heeft ons bevolen om Djihaad te maken met Hoedjah (Bewijsvoering) en Borhaan (Verduidelijking). En dat is de Djihaad van de Anbieyaa` (Profeten), moge de Vredeswensen en Zegeningen met hen zijn.

 

En Hij heeft ons met as-Sidq (Oprechtheid) opgedragen en ons voor as-Sidq in te spannen. En Hij heeft ons Al-Kadhib (Leugenachtigheid) en het zich inspannen voor Al-Kadhib verboden. De Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:  

“Ik draag jullie op om as-Sidq te hebben, want As-Sidq leidt naar Al-Birr (goed karakter, goed moraal) en Al-Birr leidt naar Al-Djennah (het Paradijs). En een persoon zal steeds doorgaan om Sidq te hebben en zich ervoor (As-Sidq) in te spannen, totdat hij bij Allaah geschreven wordt als een Siddieq (Waarheidsgetrouwe). En pas op voor Al-Kadhib (Leugenachtigheid), want Al-Kadhib leidt naar al-Foedjoor (Zondigheid). En al-Foedjoor leidt naar an-Naar (het Hellevuur). En een persoon zal steeds doorgaan met Al-Kadhib (leugens verspreiden) en zich ervoor (Al-Kadhib) in te spannen, totdat hij bij Allaah geschreven wordt als een Kadhaab (Leugenaar).”

En Hij heeft ons gewaarschuwd voor ad-Dhan Al-Kaadhib (Leugenachtige Speculatie). Hij (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:

 

“Pas op voor ad-Dhan, want ad-Dhan is de meest leugenachtige vorm van vertelling.”

En hij heeft ons opgedragen tot broederschap, en ons in te spannen voor deze broederschap. De Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:

 

“De Moslim is de broeder van de Moslim, hij besteelt hem niet, noch bedriegt hij hem. Het is niet toegestaan voor een Moslim om de eer van zijn Moslimbroeder aan te tasten, zijn bezit te nemen, of zijn bloed te laten vloeien. En at-Taqwaa zit hier. Het is genoeg kwaad voor ieder persoon om zijn Moslimbroeder te verachten.” Overgeleverd door at-Tirmidhie en hij zei dat deze Hadieth Hasan is.

 

En de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:

 

“Voel geen jaloezie voor elkaar, en voel geen haat voor elkaar en ruzie niet met elkaar, en overbied elkaar niet (met de bedoeling om de prijs te verhogen), en wees als broeders voor elkaar als dienaren van Allaah. De Moslim is de broeder van de Moslim, hij doet hem geen onrecht aan, noch verlaat hij hem. At-Taqwaa zit hem hier, en hij wees drie keer naar zijn borst. Het is genoeg kwaad voor ieder persoon om zijn Moslimbroeder te verachten. Ieder Moslim’s bloed, bezit en eer zijn niet toegestaan om geschonden te worden door een (andere) Moslim.” Overgeleverd door Moslim.

En Hij heeft ons opgedragen tot Nasieha (Advisering). De Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:

 

“De Dien is Nasieha.” Dus zeiden wij: “Voor wie is dat O Boodschapper van Allaah?” (Hij zei:) “De Nasieha is (omwille van) Allaah en (omwille van) Zijn Boek, Zijn Boodschapper en voor de Iemaams (geleerden en regeringsleiders) van de Moslims en voor de Moslims in het algemeen.”

En Hij heeft ons opgedragen om de Madhloem (Slachtoffer van Onrecht) of de Dhaaliem (Onrechtpleger) te helpen. De Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem) zei hierover: “Help je broeder of hij nu een Dhaaliem is of een Madhloem.” Daarop zei een man: “Ik help hem als hem onrecht is aangedaan, maar hoe zit het nu als hij een Dhaaliem is, hoe moet ik hem dan helpen?” Hij zei: “Je belemmert hem of weerhoudt hem van adh-Dhoelm (Onrecht). En dan wordt dat gezien als hulp aan hem.” Overgeleverd door Al-Boechaarie.

En Hij heeft ons bericht dat adh-Doelm (Onrecht), Dhoeloemaat (Duisternissen) zijn op de Dag der Opstanding. Allaah de Meest Verhevene zegt:

 

“Voorzeker! Allaah doet geen gewicht van een atoom (of een kleine mier) onrecht aan, maar als er enig goeds wordt (gedaan), verdubbelt Hij het en geeft uit Hem een geweldige beloning.” (Soerat an-Nisa 4: 40)

En de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft in de Hadieth Qoedsie overgeleverd (dat Allaah de Meest Verhevene gezegd heeft):

 

 

“O mijn dienaren! Ik heb adh-Dhoelm voor mezelf verboden gemaakt, en ik heb het verboden gemaakt voor jullie onderling, dus begaat geen Dhoelm.”

En Hij heeft overdrijving in de religie verboden gemaakt. Allaah de Meest Verhevene zegt:

 

“O mensen van het Geschrift! Overschrijdt de beperkingen van jullie religie niet, en zegt niets over Allaah, behalve de waarheid.” (Soerat an-Nisa 4: 171)  

En de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:

 

“En pas op voor overdrijving. Immers, degenen vóór jullie zijn vernietigd door overdrijving in hun religie.”

En de Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:

 

“Overprijs mij niet, zoals de Christenen de zoon van Maryam hebben overprezen (door hem te aanbidden).” Overgeleverd door Boechaarie en Moslim.

En Hij heeft at-Ta’assoeb (Fanatisme) verboden gemaakt. De Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:

 

“…En degene die vecht onder een blinde vlag, waarbij hij uitnodigt naar Fanatisme en of fanatisme te hulp staat, die sterft in een toestand van  Al-Djaahielieyah.” Hadieth overgeleverd door Moslim

Shaychoel-Islaam Ibn Taymiyyah (rahiemehoellaah) heeft gezegd (in al-Madjmoe’ 16/28): “En het is niet toegestaan voor de onderwijzers om de mensen op te splitsen in ahzaab (Groeperingen) en datgene te doen wat vijandigheid en haat opwekt. Echter, zij dienen als broeders voor elkaar te zijn die elkaar helpen in Al-Birr en At-Taqwaa, zoals de Meest Verhevene zegt:

 

“En helpt elkaar in Al-Birr en Taqwaa (deugd, rechtschapenheid en vroomheid); maar helpt elkaar niet in zonde en overtreding.” (Soerat al-Maa’iedah 5: 2)

En het is voor niet één van hen toegestaan om een ander de belofte (eed) af te nemen dat in alles wat hij wil, hij het met hem eens is, en Al-Wallaa’ te hebben voor eenieder die het met hem eens is, en vijandigheid te hebben, voor eenieder die hem vijandig gezind is. Sterker nog, iemand die een dergelijke handeling doet, is van het soort Djengis Khan en zijn gelijken, die degenen die het met hen eens zijn tot vrienden en beschermers nemen, en degenen die het niet met hen eens zijn tot vijanden en overtreders nemen. Het is hen echter verplicht om de belofte van Allaah en Zijn Boodschapper te volgen, om Allaah en Zijn Boodschapper te gehoorzamen en om datgene uit te voeren waartoe Allaah en Zijn Boodschapper hebben opgedragen, en om datgene te verbieden wat Allaah en Zijn Boodschapper hebben verboden. En zij dienen ook de rechten van de onderwijzers in acht nemen, zoals Allaah en Zijn Boodschapper dat hebben opgedragen. Als de leraar van iemand onrecht is aangedaan, dient hij hem te helpen. En als de leraar zelf de onrechtpleger is, dient hij hem niet te helpen in het uitvoeren van dat onrecht, maar hij dient hem van het onrecht plegen te weerhouden, zoals dat bevestigd is in de Hadieth Sahieh van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem), die gezegd heeft: “Help je broeder of het nu een Dhaaliem is of een Madhloem.” Daarop werd gevraagd: “O Boodschapper van Allaah! Ik help hem als hem onrecht is aangedaan. Maar hoe zit het nu als hij een Dhaaliem (Onrechtpleger) is, hoe moet ik hem dan helpen?” Hij zei: “Je belemmert hem of weerhoudt hem van adh-Dhoelm (Onrecht). En dan wordt dat gezien als hulp aan hem.” Overgeleverd door Al-Boechaarie


Deze en andere geweldige zaken en de stevige grondbeginselen dienen door de Oemmah tot uiting te worden gebracht. Dit gebeurt door het toekennen van de rechten die individuen, gemeenschappen, volkeren en regeringen toekomen.


En bij schending van deze rechten of maar een deel ervan, ontstaat een groot verderf als resultaat in zowel de Doenya als in de Dien. Dit leidt ertoe dat deze geweldige onderrichtingen als dwaas worden gezien, wat weer leidt tot een gevaarlijk kwaad en een groot verderf.


En waar ook geen enkele intellectueel aan twijfelt, is dat er enorme schendingen hebben plaatsgevonden met als resultaat onrecht en een strenge berisping voor degene die het woord van waarheid zegt. En datgene wat die persoon van waarheid met zich mee draagt, wordt weerlegd met kleinering en nonchalance. En dit zou verachtelijk en afstotend zijn als het afkomstig zou zijn van een Kaafier (Ongelovige). Hoe zit het dan met de Moslim?


Het is daarom verplicht voor de Oemmah en in het specifiek voor de jeugd, die de ondersteuners (van de Oemmah) zijn, dat zij de waarheid respecteren en er hoogachting aan geven, en de valsheid kleineren, en de vervalsers wie het ook maar zijn, verachten. Hierdoor zal Allaah hen weer deugdelijk maken, en hun aanzien schenken en hun zaak verheffen.


In het tegenovergestelde is echter beproeving, dwaling, Fitan (Wanorde, Chaos, Beproeving) en de vervloeking van Allaah en de bestraffing van Hem in de Doenya en Aachira (Hiernamaals). En tot deze bestraffing behoort de overmacht die de vijanden over hen (de Moslims) krijgen, totdat zij (de Moslims) terugkeren naar hun ware religie en daarmee vasthouden aan de waarheid, met de vasthouding die het verdient. Moge Allaah allen succesvol maken in wat Hij liefheeft.

Dit bericht is geschreven door de behoeftige naar de Genade van Allaah en Zijn Vergeving


Rabie’ bin Haadie ‘Omair Al-Madchalie
Op 6 Safar 1422 Hidjrie [26 Februari 2003]

Bron: www.rabee.net, Nasieha Waadieyah ilaa Abnaa Al-Oemmah al-Islaamieya wa Hamalat ad-Da'wattoes-Selefieyah

De moslim vrouw: Haar status in de Oemmah

De Islaamitische vrouw heeft een nobele en hoge status en haar invloed is erg groot in het leven van iedere moslim. De Islaamitische vrouw is zeker de eerste leraar bij het opbouwen van een rechtvaardige maatschappij mits zij de leiding volgt van het boek van Allaah en de Soennah van onze boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem). Immers, het vastklampen aan de Qor’aan en de Soennah weerhoudt iedere moslim – vrouw of man- verre van misleidingen in welke vorm dan ook. De misleiding waaronder de verschillende volken lijden en hun verdeeldheid komen niet voor, tenzij er ver wordt afgedwaald van het pad van Allaah – de Meest Perfecte- de Allerhoogste en waarmee Zijn profeten en boodschappers (Vrede zij met hen) kwamen.

De profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) heeft gezegd:


"Ik heb voor jullie twee dingen (achter) gelaten, Als jullie je daar aan vast houden, kunnen jullie na mij nooit (af) dwalen, het boek van Allaah en mijn Soennah.”[1]


Het grote belang van de rol van de Moslim vrouw – of dat nu als vrouw, zus of dochter is en de rechten die haar toekomen zijn uitgelegd in de nobele Qor’aan, een uitvoerige uitleg hiervan is te vinden in de zuivere Soennah.


De reden waarom een vrouw zo belangrijk is, is omdat ze grote verantwoordelijkheden en lasten heeft en vele moeilijkheden moet doorstaan, verantwoordelijkheden en moeilijkheden die een man niet eens aankan. Daarom is het een verplichting voor een ieder om dankbaarheid, vriendelijkheid en begaanheid te tonen aan de moeder. En daarom verdient de moeder voorrang boven de vader in deze kwestie. Allaah de Verhevene zegt:


“En wij hebben de mens met betrekking tot zijn ouders opgedragen goed en plichttrouw te zijn- zijn moeder heeft hem immers in grote zwakheid gedragen en totdat hij gespeend werd waren het nog twee jaar. Jij moet Mij en jou ouders dank betuigen. Bij Mij is de bestemming.”[2]


Allaah de Verhevene zegt:


“En wij hebben de mens opgedragen zijn ouders goed te behandelen- zijn moeder heeft hem immers moeizaam gedragen en moeizaam gebaard. De zwangerschap en (de tijd erna) totdat hij gespeend werd is dertig maanden.”[3]


Een man kwam naar de boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) en zei:


"O Boodschapper van Allaah! Welke persoon op deze aarde verdient het meest mijn goede behandeling?"


Hij antwoordde: "Je moeder."


De man vroeg, "En wie dan?"


En hij antwoordde: "Je moeder."


De man vroeg toen, "En wie dan?"


En de profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) antwoordde weer: "Je moeder."


Toen vroeg de man weer, "En wie dan?"


En de profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) antwoordde: "Je vader."[4]


Het is noodzaak dat aan de moeder drie keer meer de vriendelijkheid en goede behandeling gegeven wordt dan aan de vader.


Wat betreft de status van de echtgenote en haar invloed op het kalmeren van de ziel is duidelijk te zien in deze nobele Ayah, – De Verhevene zegt:


“En tot zijn tekenen behoort dat hij voor jullie echtgenotes uit jullie eigen midden geschapen heeft om bij haar rust te vinden. En Hij heeft liefde en barmhartigheid tussen jullie gebracht. Daarin zijn tekenen voor mensen die nadenken.”[5]


Al-Haafidh Ibn Kathier (rahiemahoellaah) zegt bij het uitleggen van de termen moewaddah and rahmah die in bovengenoemde ayah voorkomen:

"Al-moewaddah betekent liefde en genegenheid en ar-rahmah betekent barmhartigheid en medelijden – daar de man een vrouw neemt of omdat hij van haar houdt of omdat hij barmhartigheid en medelijden met haar heeft; door haar een kind van zichzelf te geven…"[6]


En de unieke houding dat de vrouw van de profeet Chadiejah (radiallaahoe ta'alla 'anha) aannam, had een grote invloed op het rustig maken en kalmeren van de boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem), toen de engel Djibriel (‘alayhie sallem) de eerste keer naar de grot van Hiraa kwam. De profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) keerde met kloppend hart en hevig bevend terug naar Chadiejah (radiallaahoe ta'alla 'anha) met de eerste openbaring, en zei tegen haar: “Bedek me, bedek me!”


En zij bedekte hem totdat zijn angst weg was, en zei daarna alles wat er gebeurd was tegen Chadiejah (radiallaahoe ta'alla 'anha). Toen zei hij: "Ik ben bang dat mij iets gaat overkomen.” Waarop zij tegen hem zei: "Nooit! Bij Allaah! Allaah zal je nooit ten schande brengen. Jij onderhoudt goede banden met je relaties, je helpt de armen en de behoeftigen, je behandelt je gasten vriendelijk en staat mensen in nood bij.”[7]


En vergeet ‘Aa’ishah (radiallaahoe ta'alla 'anha) en haar grote invloed niet. Want zelfs de grote metgezellen namen de kennis van hadieth van haar en vele Sahaabiyaat (vrouwelijke metgezellen) leerden de vele regels inzake vrouwenzaken van haar.


En zonder twijfel heeft mijn moeder (van Shaych Ibn Baaz (rahiemahoellaah)) – Moge Allaah genadig met haar zijn- een grote invloed op mij gehad, mij gestimuleerd en gesteund om te studeren. Moge Allaah haar nog meer belonen en haar belonen met het beste voor wat ze voor mij gedaan heeft.

En er is ook geen enkele twijfel dat in het huis waarin vriendelijkheid, tederheid, liefde en zorg met de Islaamitische tarbiyah (opvoeding en cultivering) zijn, een grote invloed zullen hebben op de man. Hij zal – als Allaah het wil – succesvol zijn in zijn zaken en in alle andere dingen – of het nu het zoeken naar kennis is, handel drijven, de kost verdienen of iets anders dan dit. Het is aan Allaah alleen aan wie ik succes vraag en vraag om ons te leiden naar datgene waar Hij van houdt en mee tevreden is.


En moge Allaah’s zegeningen en vrede zijn op onze profeet Mohammed (salallaahoe 'alayhie was sallem), zijn familie, metgezellen en volgelingen.


Bron: Dit artikel was een antwoord op een vraag inzake de positie en status van vrouwen in de Islaam en is gehaald uit zijn Majmoe’ul Fataawaa wa Maqaalaatil Moetanawwi`ah (3/348-350).


[1] Hasan: Overgeleverd door Maalik in al-Moewattaa (2/899) en al-Haakim (1/93), van Ibn ‘Abbaas (radiallaahoe ta'alla 'anhoe). Hij is authentiek verklaard door Shaych al-Albaanee in as-Sahiehah (nummer 1871).
[2] Soerat Loeqmaan 31:14
[3] Soerat Ahqaaf 41:15
[4] Overgeleverd door al-Boechaarie (5971) en Moeslim (7/2), van Aboe Hoerairah (radiallaahoe ta'alla 'anhoe).
[5] Soerat Ar-roem 30:21
[6] Tafseer Qur`aanil A’dheem (3/439) van al-Haafidh Ibn Kathier.
[7] Overgeleverd door al-Boechaarie (1/22) en Moeslim (1/139), van de lange overlevering van ‘Aa’ishah (radiallaahoe ta'alla 'anha).

Recente toevoegingen...

Zoek...