Shaykh Ṣāliḥ b. Fawzān al-Fawzān zei het volgende:

Al-Istiḥāḍa: het vloeien van bloed op een onregelmatig tijdstip (buiten de menstruatie om) wat veroorzaakt wordt door een bloedvat[1].

De situatie van de vrouw die al-Istiḥāḍa heeft is verwarrend vanwege het bloed van de menstruatie dat op het bloed van al-Istiḥāḍa lijkt. Hoe dient ze dan een onderscheid te maken wanneer het bloed bij haar continu of het grootste gedeelte van de tijd vloeit?

Zij dient hierdoor niet het gebed noch het vasten te laten. Want de vrouw die al-Istiḥāḍa heeft voor haar gelden de regels van degenen die rein zijn.

De vrouw die al-Istiḥāḍa heeft kent drie toestanden:

De eerste toestand: Dat zij weet wanneer haar reguliere menstruatie plaatsvindt voordat zij al-Istiḥāḍa had. Bijvoorbeeld dat zij voor al-Istiḥāḍa een menstruatie periode had van vijf of acht dagen in het begin van de maand of ergens in het midden. Zij kent dus haar dagen en het tijdstip. In deze situatie dient zij het gebed en het vasten te laten gedurende de periode die zij gewoon is en neemt zij de regels aan van de menstruerende. Wanneer haar reguliere periode eindigt verricht zij de ghusl (grote wassing) en het gebed. Het resterend bloed dient zij te beschouwen als het bloed van al-Istiḥāḍa. Dit vanwege de uitspraak van de profeet tegen Umm Ḥabība:

“Blijf weg (van het gebed) naar gelang (de lengte) dat de menstruatie je weerhield. Hierna dien je de ghusl te verrichten en te bidden.”[2]

En zijn ﷺ uitspraak tegen Fāṭima bint Abī Ḥubaish:

“Dat is slechts een bloedvat en geen menstruatie. Wanneer je echte menstruatie (periode) begint, laat dan het gebed.”[3]

De tweede toestand: Dat zij niet weet wanneer haar reguliere menstruatie plaatsvindt. Echter kan ze onderscheid maken met betrekking tot het bloed. Een gedeelte van dit bloed heeft de kenmerken van menstruatie. Het is zwart of dik of het heeft een geur. En de rest van het bloed heeft niet de kenmerken van menstruatie. Het is rood, heeft geen geur en is niet dik.

In deze situatie beschouwt zij het bloed dat de kenmerken heeft van menstruatie als menstruatie en laat zij het gebed en het vasten. En het ander soort bloed beschouwt ze als al-Istiḥāḍa.

Zij dient de ghusl te verrichten aan het einde (bij de situatie wanneer het de kenmerken van menstruatie heeft) en te bidden en vasten. Zij wordt dan beschouwd als rein volgens de uitspraak waarin de profeet ﷺ tegen Fāṭima bint Abī Ḥubaish zei:

“Als het menstruatiebloed is, dan is het herkenbaar zwart. Stop dan het gebed. En als het de ander (soort) is, verricht dan de wuḍūʾ en bidt.”[4]

De bovengenoemde overlevering maakt duidelijk dat de vrouw die al-Istiḥāḍa heeft dient te kijken naar het kenmerk van het bloed om zodoende onderscheid te maken tussen menstruatie en het andere.

De derde toestand: dat zij niet weet wanneer haar reguliere menstruatie plaatsvindt, noch kan zij (d.m.v. het bloed) het onderscheid maken tussen menstruatie en het andere. Zij dient in deze situatie zes of zeven dagen te nemen van haar menstruatie. Want dit is de gewoonte bij de meeste vrouwen. Dit volgens de uitspraak van de profeet ﷺ tegen Hamna bint Jaḥsh:

“Dit (al-Istiḥāḍa) is slechts een slag van de shayṭān. Je menstrueert zes of zeven. Verricht vervolgens de ghusl. Wanneer je jezelf hebt gereinigd, bidt dan vierentwintig of drieëntwintig (dagen). Vast en bidt, want dit volstaat jou. Doe dit (elke maand), zoals de vrouwen (ook) menstrueren.”[5]

Kortom:

  • De vrouw die weet wanneer haar reguliere menstruatie komt, die dient hiernaar terug te keren.
  • De vrouw die onderscheid kan maken (m.b.t. het bloed), die dient hiernaar terug te keren.
  • De vrouw die geen onderscheid kan maken, noch weet zij wanneer haar menstruatie gewoonlijk plaatsvindt, die dient zes of zeven dagen (als menstruatie) in acht te nemen.

De verplichte zaken voor de mustahāḍa[6]wanneer zij wordt beschouwd als zijnde rein:

  1. Het is verplicht voor haar om de ghusl te verrichten aan het einde van haar (geschatte) menstruatie aan de hand van hetgeen we voorheen vermeld hebben.
  2. Het wassen van haar geslachtsdeel om datgene te verwijderen (aan bloed) wat eruit vloeit bij ieder gebed. Zij dient in de opening iets van katoen of dergelijke te plaatsen om zodoende het bloeden tegen te houden. Ook dient ze het vast te maken met iets om te voorkomen dat het eruit valt. Vervolgens verricht zij de wuḍūʾ bij aanvang van ieder gebed.

Dit, volgens de uitspraak van de profeet ﷺ over de vrouw die al-Istiḥāḍa heeft:

“Zij dient het gebed te laten gedurende haar menstruatie periode. Vervolgens verricht ze de ghusl en verricht ze de wuḍūʾ bij ieder gebed.”[7]

Hij ﷺ zei ook:

“Ik verwijs je om katoen te gebruiken om daarmee de plek (vagina) te vullen.”

En het is mogelijk om maandverband te gebruiken wat vandaag de dag aanwezig is.

Bron: Al-Mulakhaṣ al-fiqhī blz 55-57. Uitgever: Maktaba al-hidāya Casablanca Marokko. 4de druk 2006.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl

[1]In het Arabisch wordt deze ader al-ʿĀdhil genoemd.

[2]Overgeleverd door Muslim.

[3]Overgeleverd door Bukhārī & Muslim.

[4]Overgeleverd door Abū Dāwūd, an-Nasāʾī en authentiek verklaard door ibn Ḥibbān & al-Ḥākim.

[5]Overgeleverd door alle vijf en authentiek verklaard door at-Tirmidhī.

[6]Voetnoot vertaler: de vrouw die al-Istiḥāḍa heeft.

[7]Overgeleverd door Abū Dāwūd, Ibn Mājaen at-Tirmidhīzij hierover: “Een correcte overlevering.”

Screenshots Arabische Bron: