Shaykh ʿAbdul-ʿAzīz b. Bāz (رحمه الله) werd het volgende gevraagd:

Er wordt veel over kinderen gesproken en over hun ziektes en handicaps. Ook wordt er gesproken over hun eindbestemming in het hiernamaals. Wat zegt u hierover weledele Shaykh? Zodat sommigen hun geloofsleer kunnen corrigeren die de fout hierin gaan en zeggen: ‟Hoe kunnen kinderen ziek worden en door een handicap getroffen worden terwijl zij geen zonden hebben?”. En wat is de eindbestemming van kinderen in het hiernamaals?

Antwoord:

Waarlijk Allah (عز و جل) heeft over Zichzelf bericht dat hij de Alwijze, Alwetende is en dat Hij (جل و علا) Zijn dienaren beproeft met goede en slechte tijden, met het slechte en goede, en dat Hij hun geduld en dankbaarheid test.

Ondanks dat kinderen geen zonden hebben worden zij toch beproeft door Allah met datgene wat Hij wil. Dit vanwege een allesomvattend wijsheid zoals het testen van het geduld van hun ouders en familieleden en hun dankbaarheid. En zodat dat de mensen weten dat Allah (جل و علا) de Alwijze, Alwetende is. Hij handelt met zijn dienaren hoe Hij wil. En dat er niemand is die Hem kan tegen houden om datgene uit te voeren wat Hij wil (سبحانه و تعالى) met betrekking tot de jongeren, ouderen, dieren en mensheid.

Datgene wat hen dus treft aan ziekten en handicaps daarin zit een allesomvattend wijsheid van Allah. Onder andere dat de mensen Zijn Kracht en Vermogen leren kennen en dat Hij (Zijn dienaren) met goede en slechte tijden beproeft. Zodat degenen die gezonde kinderen zijn geschonken de gunst van Allah over hen erkennen, en zodat degenen die beproefd zijn met zieke kinderen geduldig blijven en hun beloning bij Allah zoeken zodat zij hiermee een geweldige beloning ontvangen. Zo ook dat zij erkennen dat het een grote gunst is wanneer men geduldig is, de beloning bij Allah zoeken en in Zijn voorbeschikking en wijsheid geloven.

Wat betreft de eindbestemming van kinderen (wanneer zij komen te overlijden), dan is het zo dat zij hun ouders volgen. De kinderen van moslimouders zullen in het paradijs zijn met hun ouders, en Ahlus-Sunna wal Jamāʿa hebben hier een consensus over. Imām Aḥmad en anderen hebben deze consensus overgeleverd. Wat betreft de kinderen van ongelovigen daar werd de Boodschapper van Allah (صلى الله عليه و سلم) over gevraagd waarop hij zei:

‟Allahu Aʿllem hoe zij zouden handelen.”[1]

De geleerden zeiden hierover:

Dit betekent dat zij op de dag des oordeel getest zullen worden zodat de kennis van Allah over hen duidelijk zal worden. Zij vallen onder de categorie van ahlul-faṭarāt, degenen waar geen boodschapper naar toe is gekomen of de boodschap hen niet bereikt heeft. Zij worden op de dag des oordeel getest met bevelen. Wanneer zij gehoor geven aan deze bevelen zullen ze naar het paradijs gaan en wanneer zij ongehoorzaam zijn zullen ze naar het hellevuur gaan. Dit is vastgesteld in authentieke overleveringen op gezag van de Boodschapper van Allah (عليه الصلاة و السلام). Op dit moment wordt dus de kennis van Allah over hen duidelijk. Als zij gehoorzamen zijn zij van het paradijs en als zij ongehoorzaam zijn dan zijn zij van het hellevuur. Dit is het geloofsleer omtrent hen.

Dit is tevens de correcte uitspraak. En een groep geleerden zeiden dat zij (kinderen van ongelovigen) zich ongeacht in het paradijs zullen bevinden omdat zij zondeloos zijn net zoals de kinderen van moslims. Maar de correcte uitspraak is dat zij op de dag des oordeel getest zullen worden. Want Allah (سبحانه) zegt:

‟En Wij zullen niet bestraffen voordat Wij een boodschapper hebben gezonden.”[Al-Isrāʾ:15]

Allah bestraft niet behalve vanwege zondigheid of ongeloof. En kinderen hebben geen zonden noch ongeloof en vandaar dat zij op de dag des oordeel getest zullen worden. Net zoals degenen die hen de boodschap (van de profeten) niet bereikt heeft getest zullen worden.

Dus zij worden op de dag des oordeel getest met datgene waarmee het bevel van Allah over hen duidelijk wordt, van gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid. En bij Allah ligt al het succes.

Bron: Fatāwā nūr ʿalā ad-darb deel 4 blz. 340-342. Uitgever: Ar-Riʾāsa al-ʿāmma lil-buḥūth al-ʿilmiyya wal-iftaʾ, Riyad Saoedi-Arabië. 1ste druk 2007.
Vertaling: Yūsuf Abū Ṣafiyya
Publicatie: www.ahloelhadieth.nl

[1]Bukhārī 1384.

Screenshots Arabische Bron: